Waarom feestdagen extra zwaar zijn als je rouwt

De wetenschap achter de lege stoel

Het is weer december. In winkels en op de radio kun je niet om de kerstmuziek heen, op straat hangen lichtjes, en overal worden mensen herinnerd aan gezelligheid, familie en samenzijn. Voor veel mensen is dit een periode om naar uit te kijken. Voor wie rouwt, kan december aanvoelen als een maand vol moeilijke confrontaties.

Het kan de lege stoel aan tafel zijn. Of het sinterklaascadeautje dat dit jaar niet hoefde te worden voorbereid. De traditie die nu ineens anders voelt. Wie iemand verloren heeft, ervaart feestdagen vaak als een confrontatie met wat er niet meer is.

Waarom kan rouw zo pittig zijn tijdens feestdagen en speciale gelegenheden? Wat gebeurt er psychologisch? En wat kan helpen om deze periode door te komen?

De afwezigheid voelen

In 2002 werd in een studie onder 85 nabestaanden gevraagd wat verlies voor hen betekende. Het meest genoemde thema, door 81% van de deelnemers, was “het voelen van de afwezigheid” (Gamino et al., 2002). Rouw gaat niet alleen over het missen van iemand. Het gaat over de momenten waarop je verwacht dat iemand er zal zijn, en dat die verwachting niet uitkomt.

Filosoof Louise Richardson (2022) maakt onderscheid tussen gemis als verlangen en afwezigheid als ervaring. Wanneer iemand met wie je een huis deelde overlijdt, heb je de verwachting dat die persoon aanwezig zal zijn op vertrouwde plekken. Die verwachting zorgt ervoor dat je de afwezigheid ervaart als iets scherps, iets dat er niet hoort te zijn.

Feestdagen zorgen dat deze ervaringen bij elkaar komen. Kerst, Sinterklaas, verjaardagen: het zijn momenten waarop families samenkomen, waarop rituelen plaatsvinden die je jarenlang samen hebt gedeeld. De afwezigheid wordt zichtbaar in de lege stoel. Iemand wordt gemist. Iemand maakt geen onderdeel meer uit van de feestvreugde.

Wat onderzoek laat zien over speciale gelegenheden

De grondigste empirische studie naar rouw en speciale gelegenheden komt van onderzoekers Carr, Sonnega, Nesse en House (2013). Zij analyseerden gegevens van de Changing Lives of Older Couples studie, een langlopend Amerikaans onderzoek onder weduwen en weduwnaars.

Nabestaanden die werden bevraagd tijdens de verjaardagsmaand van hun overleden partner, in januari (dus de maand na de feestdagen), of in juni (die maand wordt het meest geassocieerd met trouwdagen) rapporteerden significant meer psychische nood dan nabestaanden die op andere momenten werden bevraagd.

Belangrijke aanvulling daarbij is dat de effecten alleen zichtbaar waren bij mensen die korter dan zes maanden geleden hun partner hadden verloren. Bij de meting na achttien maanden was het verschil verdwenen. Dit wijst erop dat de intensiteit van rouw rond speciale gelegenheden afneemt naarmate de tijd verstrijkt.

Uit recent Zweeds onderzoek (Rogne et al., 2025) werd duidelijk dat de effecten ook lichamelijk meetbaar zijn. Mannen die voor hun vijftigste een broer of zus verloren, hadden een verhoogd sterfterisico in de twaalf dagen voor en na de sterfdag van hun broer of zus. De spanning rond gedenkdagen heeft dus niet alleen psychologische, maar ook lichamelijke gevolgen.

Waarom feestdagen zo uitputtend zijn

Er zijn verschillende mechanismen die aan het werk zijn tijdens feestdagen. Hier zetten we ze op een rijtje:

Alles roept herinneringen op. Feestdagen brengen allerlei zintuiglijke prikkels bij elkaar: geuren van bepaald eten, muziek, versiering, specifieke plekken in huis. Deze prikkels activeren herinneringen aan eerdere jaren, toen de overledene er nog was. Onderzoek van Hardt, Williams en Jobe-Shields (2021) beschrijft hoe rouwenden soms proberen plaatsen, voorwerpen en situaties te vermijden die hen herinneren aan de overledene, maar dat dit tijdens feestdagen vrijwel onmogelijk wordt.

De druk om mee te doen. Socioloog Goodrum (2011) onderzocht rouw bij nabestaanden van moord en zag het fenomeen van “emotionele multitasking”: het gevoel dat je niet alleen met je eigen verdriet moet omgaan, maar op hetzelfde moment ook het ongemak van anderen moet verlichten. Dat speelt dus tijdens familiebijeenkomsten extra sterk. Rouwenden voelen de druk om de sfeer niet te bederven, om mee te doen, om te laten zien dat het “goed gaat”.

Onderzoek van Miller (2014) toonde aan dat omstanders verwachten dat rouw vroeg optreedt en van korte duur is. Een maand na een overlijden vinden mensen negatieve emoties gepast; een jaar later verwachten ze dat iemand “er overheen” is. Feestdagen vallen vaak in die periode waarin de omgeving verwacht dat het beter gaat, terwijl de rouwende juist een piek in verdriet ervaart.

Het contrasteffect. De blijdschap om je heen maakt het eigen verdriet extra zichtbaar. Ismail en Dekel (2023) beschreven hoe rouwende moeders moesten navigeren tussen maatschappelijke verwachtingen om door te gaan met het leven en hun eigen behoefte om te blijven rouwen. Tijdens feestdagen wordt dit contrast scherp: anderen vieren, maar jij rouwt.

De dagen ervoor kunnen zwaarder zijn dan de dag zelf

Een fenomeen dat in meerdere studies terugkomt, is dat de aanloop naar een speciale dag vaak zwaarder is dan de dag zelf. Onderzoeker Saltzman (2019) spreekt over “anticiperende rouw” rond gedenkdagen. De weken voor Kerst, de dagen voor een verjaardag: de spanning bouwt op.

Dit verklaart waarom sommige rouwenden aangeven dat de feestdag zelf “meeviel”, terwijl de weken ervoor uitputtend waren. Het is ook een reden waarom voorbereiding kan helpen, waar ik later op terugkom.

Niet alleen na overlijden

Hoewel het meeste onderzoek zich richt op rouw na overlijden, gelden vergelijkbare mechanismen voor andere vormen van verlies.

Na een scheiding kan de eerste Kerst met een lege plek aan tafel, of het moeten delen van de kinderen, een confrontatie zijn met het verlies van het gezin zoals het was. Onderzoek beschrijft echtscheiding als een “uniek type dood” waarbij rouw een centrale rol speelt. Ouders beschrijven angst over het verdelen van feestdagen, met het besef dat dit mogelijk jarenlang zo zal blijven.

Bij onvruchtbaarheid kunnen familiebijeenkomsten waar anderen hun kinderen meebrengen pijnlijk zijn. Onderzoek van Swanson en Braverman (2021) identificeerde onvruchtbaarheid expliciet als een vorm van niet-erkende-rouw: rouw die niet erkend wordt door de omgeving. Chinese vrouwen met onvruchtbaarheid beschreven het vermijden van feestelijke bijeenkomsten uit angst voor vragen over kinderen (Yao, Chan & Chan, 2017).

Bij dementie ervaren mantelzorgers wat onderzoekers “pre-death grief” noemen: rouw om iemand die er nog is, maar niet meer de persoon is die je kende. Feestdagen maken het verschil tussen vroeger en nu pijnlijk zichtbaar.

Blake (2017) onderzocht familievervreemding en concludeerde dat feestdagen bijzonder pijnlijk kunnen zijn voor mensen die contact met familieleden hebben verloren. De hoop op verzoening die bij een bruiloft of familiefeest kan opleven, en dan niet uitkomt, verdiept het verlies.

Wat onderzoek zegt over omgaan met deze periode

Wetenschappelijk onderzoek biedt enkele aanknopingspunten voor wat kan helpen.

Rituelen op speciale dagen hebben waarde. Zhang en Jia (2020) onderzochten wanneer herdenkingsrituelen het meest helpend zijn. Zij vonden dat mensen die bewust stilstaan bij hun verlies op betekenisvolle dagen (zoals een sterfdag of verjaardag) minder last hadden van depressie en angst. Bij mensen die dagelijks bezig waren met herdenkingsrituelen zagen de onderzoekers juist het tegenovergestelde: meer depressie en langduriger rouw.

Het lijkt erop dat bewust herdenken op momenten die ertoe doen iets anders is dan voortdurend met het verlies bezig zijn.

Vermijding werkt niet. Uit verschillende studies, waaronder die van Eisma en collega’s (2020, 2025), blijkt dat mensen die alles wat hen aan het verlies herinnert uit de weg gaan, juist langer en heviger blijven rouwen.

Dat wil niet zeggen dat je jezelf moet dwingen overal heen te gaan. Maar alles structureel vermijden helpt niet.

Betekenisgeving maakt verschil. Lichtenthal en collega’s (2010) onderzochten rouwende ouders. Bijna de helft (45%) kon geen enkele betekenis vinden in hun verlies. Deze ouders hadden meer last van rouwklachten dan ouders die wel iets van betekenis hadden kunnen vinden.

Betekenis hoeft overigens niet groot of filosofisch te zijn. Het kan iets kleins zijn: een ritueel waarmee je verbonden blijft met de overledene, of een manier om de herinnering levend te houden.

Het tweede jaar kan zwaarder zijn dan het eerste. Weaver en collega’s (2018) onderzochten ouders die een kind hadden verloren. Wat bleek: deze families hadden in het tweede jaar na het overlijden méér behoefte aan steun dan in het eerste jaar.

Dat gaat in tegen wat veel mensen denken: dat het eerste jaar het zwaarst is. Voor professionals is dit een belangrijk signaal. Blijf ook na het eerste jaar contact houden of aanbieden.

Praktische handvatten

Een aantal concrete adviezen voor feestdagen:

Bespreek vooraf met familieleden wat passend lijkt. Dit geeft een gevoel van controle en voorkomt dat je overvallen wordt. Wie zit waar? Wordt de overledene genoemd of juist niet? Zijn er momenten van stilte gepland?

Doe dingen anders dan voorheen. Als het openen van cadeaus op een bepaald moment te pijnlijk is, verschuif het naar een ander moment. Door tradities aan te passen, hoef je niet steeds te vergelijken met “hoe het was”.

Reserveer tijd voor jezelf. Feestdagen zijn uitputtend voor iedereen die rouwt. Je doet echt niets verkeerd als je besluit om eerder weg te gaan, om even alleen te zijn, om nee te zeggen tegen uitnodigingen.

Doe iets symbolisch. Een kaars aansteken, samen herinneringen ophalen, een foto neerzetten. Onderzoek laat zien dat dit soort gerichte rituelen op speciale dagen helpend kan zijn.

Vermijd overmatigheid. Te veel eten, te veel alcohol, te laat opblijven: het versterkt de emotionele kwetsbaarheid.

Voor professionals: aandachtspunten

Professionals die met rouwenden werken, kunnen deze periode benutten voor gerichte voorbereiding. Een paar aandachtspunten:

Bereid je cliënten voor op moeilijke dagen. Vraag welke data belangrijk voor hen zijn: een verjaardag, de sterfdag, Kerst. Bespreek van tevoren hoe ze die dag willen aanpakken. Dat alleen al kan spanning wegnemen.

Blijf alert in het tweede jaar. Uit onderzoek blijkt dat families juist in het tweede jaar meer steun nodig hebben. Houd dus contact, ook als het verlies “al lang geleden” lijkt.

Erken verlies dat anderen niet zien. Cliënten die rouwen om een scheiding, onvruchtbaarheid of een verbroken familieband krijgen vaak weinig erkenning van hun omgeving. Feestdagen maken dat extra pijnlijk. Alleen al het benoemen van dit verlies kan opluchten.

Laat weten dat het normaal is. Veel rouwenden schamen zich ervoor dat ze feestdagen zo zwaar vinden, zeker als het verlies “al een tijd geleden” is. Laat hen weten dat dit heel gewoon is, en dat de scherpte met de tijd minder wordt.

Tot slot

Feestdagen zijn zwaar voor wie rouwt. Dat is heel begrijpelijk. Herinneringen, verwachtingen van anderen, de lege plek aan tafel, de vrolijkheid om je heen terwijl jij verdriet voelt: het komt allemaal samen.

Maar onderzoek laat ook iets hoopvols zien. In de studie van Carr en collega’s was het effect van speciale dagen na achttien maanden niet meer meetbaar. De heftigheid van rouw rond feestdagen, hoe overweldigend ook, blijft niet zo.

Het verdriet verdwijnt niet. Maar de scherpte verandert. De lege stoel blijft leeg. Hoe je die leegte ervaart, verschuift met de tijd.


Bronnen

  • Carr, D., Sonnega, J., Nesse, R.M., & House, J.S. (2013). Do special occasions trigger psychological distress among older bereaved spouses? An empirical assessment of clinical wisdom. The Journals of Gerontology: Series B, 69(1), 113-122. https://doi.org/10.1093/geronb/gbt061
  • Eisma, M.C., Stroebe, M.S., Schut, H.A.W., et al. (2020). Avoidance processes mediate the relationship between rumination and symptoms of complicated grief and depression following loss. Clinical Psychology & Psychotherapy, 27(4), 548-558. https://doi.org/10.1002/cpp.2440
  • Gamino, L.A., Sewell, K.W., & Easterling, L.W. (2002). Scott and White grief study—Phase 2: Toward an adaptive model of grief. Death Studies, 24(7), 633-660.
  • Goodrum, S. (2011). Emotional multitasking in traumatic contexts: The work of homicide victim advocates. Symbolic Interaction, 34(1), 76-98.
  • Lichtenthal, W.G., Currier, J.M., Neimeyer, R.A., & Keesee, N.J. (2010). Sense and significance: A mixed methods examination of meaning making after the loss of one’s child. Journal of Clinical Psychology, 66(7), 791-812. https://doi.org/10.1002/jclp.20700
  • Miller, R.S. (2014). Social expectations about grief expression. Death Studies, 38(7), 428-435.
  • Richardson, L. (2022). Grief and the awareness of absence. European Journal of Philosophy, 31(1), 163-178. https://doi.org/10.1111/ejop.12778
  • Rogne, S., et al. (2025). Anniversary reactions and mortality risk in bereaved siblings. American Journal of Epidemiology. https://doi.org/10.1093/aje/kwaf213
  • Weaver, M.S., et al. (2018). Meaningful remembrance days for bereaved families. Pediatric Blood & Cancer. https://doi.org/10.1002/pbc.27489
  • Zhang, Y. & Jia, X. (2020). The effect of bereavement rituals on grief and well-being: The timing matters. Omega, 84(3), 709-724. https://doi.org/10.1177/0030222820909650

Lees nog meer