Thema's in dit artikel: CGT, Cognitieve Gedragstherapie, gedachten, langdurig rouw, mindfulness, negatieve zelfgerichtheid, piekeren, toekomstangst, zelfbeeld, zorgen
Wanneer zijn ze normaal en wanneer vragen ze om aandacht?
Na het overlijden van iemand die je dierbaar is, verandert er veel in je hoofd. Gedachten kunnen donkerder worden. Je kunt gaan twijfelen aan jezelf, aan de zin die het leven nog heeft, aan de toekomst. De vraag is wanneer zulke gedachten een normale reactie zijn op verlies? En wanneer wijzen ze op iets wat extra aandacht nodig heeft?
In dit artikel bespreken we wat we weten over negatieve gedachten na verlies. We kijken naar recent onderzoek van de Universiteit Utrecht en leggen uit wat dit betekent voor mensen die rouwen en voor de professionals die hen begeleiden.
Welke gedachten komen voor na verlies?
Onderzoekers onderscheiden verschillende soorten gedachten die na een verlies kunnen opkomen. Ze vallen grofweg in vier groepen uiteen.
GEDACHTEN OVER HET LEVEN. Sommige nabestaanden gaan het leven als leeg of zinloos ervaren. Ze denken bijvoorbeeld: “Het leven heeft mij niets meer te bieden” of “Zonder hem of haar is alles betekenisloos.”
GEDACHTEN OVER DE TOEKOMST. Het vooruitzicht kan somber worden. Gedachten als “Ik zie de toekomst niet meer zitten” of “Er valt voor mij niets meer te verwachten” kunnen de overhand krijgen.
GEDACHTEN OVER JEZELF. Het verlies kan het zelfbeeld aantasten. Mensen kunnen gaan denken: “Ik ben niets waard zonder die ander” of “Ik heb gefaald.”
BEANGSTIGENDE GEDACHTEN OVER JE EIGEN ROUW. Sommige nabestaanden schrikken van hun eigen reacties. Ze denken: “Als ik echt zou beseffen wat dit verlies betekent, word ik gek” of “Ik kan dit verdriet niet aan.”
Al deze gedachten komen veel voor in de eerste periode na een verlies. Ze horen bij rouw. De vraag is: wanneer worden ze een probleem?
Wat zegt het onderzoek?
Onderzoekers van de Universiteit Utrecht volgden 223 nabestaanden gedurende een jaar. Elke zes weken vulden ze vragenlijsten in over hun gedachten en hun rouwklachten. De onderzoekers wilden weten: zijn negatieve gedachten na verlies vooral stabiel (een vast patroon), of schommelen ze sterk onder invloed van de omstandigheden?
Negatieve gedachten over het leven, de toekomst en de eigen rouwreacties bleken voor het grootste deel stabiel. Tussen de 66% en 89% van de verschillen tussen mensen werd verklaard door een vast, persoonsgebonden patroon. Slechts 11% tot 34% hing samen met wisselende omstandigheden, zoals een goede of slechte dag, steun van anderen, of tegenslagen.
Dit betekent dat iemands neiging om na verlies negatief te denken grotendeels een vast kenmerk is. Sommige mensen zijn hier kwetsbaarder voor dan anderen. Die kwetsbaarheid kan samenhangen met persoonlijkheid, eerdere ervaringen, of de manier waarop iemand zich hechtte aan de overledene.
Een tweede bevinding: het stabiele deel van deze gedachten hing sterker samen met langdurige rouwklachten dan het wisselende deel. Als iemand een vast patroon heeft van somber denken over het leven of de toekomst, is de kans groter dat de rouw langdurig en intens blijft.
Wat is normaal en wat vraagt om aandacht?
Negatieve gedachten na verlies zijn normaal. Dat kan niet genoeg benadrukt worden. In de eerste maanden na een overlijden is het heel begrijpelijk dat het leven zinloos kan voelen, dat de toekomst zwart lijkt, of dat je schrikt van de intensiteit van je eigen verdriet.
Bij de meeste nabestaanden nemen deze gedachten in de loop van het eerste jaar af. De gemiddelde scores in het onderzoek daalden gestaag. Dit past bij wat we weten over rouw: de meeste mensen herstellen op eigen kracht, ondersteund door hun omgeving.
Wanneer is er reden tot zorg? Als de gedachten niet afnemen maar blijven, of zelfs toenemen. Als iemand na zes maanden tot een jaar nog steeds overtuigd is dat het leven zinloos is, dat er geen toekomst is, of dat het verdriet onhoudbaar is. Als deze gedachten het dagelijks functioneren belemmeren: werk, relaties, zelfzorg.
Het gaat dan niet om de aanwezigheid van sombere gedachten op zich, maar om hun hardnekkigheid en hun grip op iemands leven. Smith en Ehlers (2020) lieten zien dat het gedachtepatroon in de eerste maanden na verlies al voorspelt welk rouwtraject iemand gaat volgen.
De rol van piekeren
Naast de inhoud van gedachten speelt ook de manier van denken een rol. Piekeren is hier een bekende valkuil. Dit is het eindeloos herhalen van dezelfde gedachten, vaak over vragen als “Waarom is dit gebeurd?” of “Had ik dit kunnen voorkomen?”
Onderzoek laat zien dat piekeren een soort scharnier is tussen vroege rouwreacties en latere klachten (Eisma et al., 2020). Gevoelens van schuld of onafgemaakte zaken met de overledene kunnen via piekeren leiden tot langdurige rouw (Albuquerque et al., 2025). Het houdt de pijnlijke gedachten actief en voorkomt dat iemand ze kan verwerken.
Er is ook een verschil tussen piekeren over het verleden en je zorgen maken over de toekomst. Beide kunnen problemen geven, maar zorgen maken over de toekomst lijkt een sterkere wisselwerking te hebben met rouwklachten. Het kan een neerwaartse spiraal in gang zetten: zorgen leiden tot meer klachten, die weer tot meer zorgen leiden.
Wat betekent dit voor begeleiders?
Voor huisartsen, rouwbegeleiders, psychologen en andere professionals biedt dit onderzoek enkele praktische aanknopingspunten.
Herkennen van gedachtepatronen
Let in gesprekken op uitspraken die wijzen op sombere gedachten over het leven, de toekomst, of de eigen rouwreacties. Niet om ze meteen te bestrijden, maar om ze te herkennen. Vraag door: “Hoe vaak heb je dit soort gedachten?” en “Hoe lang spelen ze al?”
Het onderscheid tussen normale rouwgedachten en vastgelopen patronen zit vaak in de duur en de starheid. Gedachten die na maanden nog even intens zijn als in het begin, en die niet reageren op positieve ervaringen of steun, vragen om extra aandacht.
Timing is belangrijk
In de eerste maanden na een verlies hoef je sombere gedachten niet actief te bestrijden. Ze horen bij de acute rouwfase. Luisteren, erkennen en normaliseren zijn dan het belangrijkst. “Wat je denkt en voelt is begrijpelijk na zo’n verlies” kan al veel betekenen.
Na zes maanden tot een jaar wordt het anders. Als gedachten dan nog even hardnekkig zijn, kan het zinvol zijn om ze voorzichtig ter sprake te brengen. Niet om ze af te wijzen, maar om te onderzoeken: “Ik hoor dat je nog steeds denkt dat het leven zinloos is. Klopt het dat je daar heel vaak mee bezig bent? Hoe is dat voor je?”
Het verschil tussen luisteren en behandelen
Voor veel nabestaanden is een luisterend oor voldoende. Ze hebben geen behandeling nodig, maar erkenning en geduld. Het onderzoek bevestigt dat de meeste mensen op eigen kracht herstellen.
Bij een kleinere groep blijven de gedachten domineren. Voor hen kan gerichte hulp zinvol zijn. Dit gaat verder dan alleen luisteren. Het vraagt om interventies die helpen om gedachten te onderzoeken en eventueel te veranderen.
Wat werkt bij hardnekkige gedachten?
Uit klinische studies naar de behandeling van langdurige rouw (Bryant et al., 2024; Rosner et al., 2025) blijkt dat enkele benaderingen helpen:
Gedachten onderzoeken. Dit betekent samen met de nabestaande kijken naar de gedachten: kloppen ze? Zijn er ook andere manieren om naar de situatie te kijken? Dit is geen kwestie van positief denken opdringen, maar van ruimte maken voor nuance. Bijvoorbeeld: “Je zegt dat je leven zinloos is. Zijn er momenten dat je dat iets minder voelt? Wat is er dan anders?”
Gedrag in plaats van gedachten. Soms veranderen gedachten niet door erover te praten, maar door andere ervaringen op te doen. Iemand die denkt “Ik kan niet meer genieten” kan voorzichtig uitproberen of dat echt zo is. Kleine stappen, zoals een wandeling of een kop koffie met iemand, kunnen nieuwe informatie geven.
Durven stilstaan bij het verlies. Mensen die bang zijn voor hun eigen verdriet vermijden vaak herinneringen aan de overledene. Die vermijding kan piekeren in stand houden. Voorzichtig contact maken met herinneringen, bijvoorbeeld door foto’s te bekijken of te praten over de overledene, kan helpen om het verlies te verwerken.
Wanneer doorverwijzen?
Niet elke professional hoeft zelf deze interventies te doen. Het is wel belangrijk om te weten wanneer doorverwijzen zinvol is. Signalen die daarop wijzen:
- De nabestaande functioneert na een jaar nog steeds duidelijk slechter dan voor het verlies
- Er is sprake van ernstig piekeren dat niet afneemt
- De gedachten over het leven, de toekomst of de eigen rouwreacties zijn star en reageren niet op steun of positieve ervaringen
- Er zijn gedachten aan zelfdoding of zelfbeschadiging
In die gevallen is verwijzing naar een psycholoog of psychiater met ervaring in rouwbegeleiding aangewezen. Er bestaan tegenwoordig behandelingen die specifiek gericht zijn op langdurige rouw en die goede resultaten laten zien.
Voor wie zelf rouwt
Als je dit artikel leest omdat je zelf iemand hebt verloren, is het belangrijkste wat je kunt weten: negatieve gedachten na verlies zijn normaal. Ze maken je niet gek en ze betekenen niet dat je het verkeerd doet.
Tegelijkertijd hoef je er niet in te blijven hangen. Als je merkt dat dezelfde gedachten eindeloos door je hoofd malen, als je na maanden nog steeds overtuigd bent dat het leven zinloos is, of als je bang bent voor je eigen verdriet, kan het helpen om daarover te praten. Met iemand die je vertrouwt, of met een professional.
Rouw is geen ziekte die behandeld moet worden. Maar als je merkt dat je vastloopt, is hulp zoeken geen zwakte. Het is een manier om jezelf serieus te nemen.
Ruimte voor herstel
Negatieve gedachten na verlies zijn onderdeel van rouw. Ze komen vaak voor en nemen bij de meeste mensen in de loop van de tijd af. Bij een kleinere groep blijven ze hardnekkig aanwezig en dragen ze bij aan langdurige rouwklachten.
Het onderzoek waar dit artikel op gebaseerd is, laat zien dat zulke gedachten grotendeels een vast patroon vormen. Dit betekent dat ze niet vanzelf verdwijnen door een goede dag of een steunend gesprek. Maar het betekent ook dat gerichte hulp effect kan hebben. Wie vastgelopen is in negatief denken, kan leren om anders naar het leven en de toekomst te kijken. Dat vraagt tijd, geduld en vaak professionele begeleiding, maar het is mogelijk.
Voor begeleiders is de boodschap: luister, normaliseer, en wees alert op gedachten die niet afnemen. Niet om alarm te slaan, maar om op tijd de juiste ondersteuning te kunnen bieden.
Bronnen
- Missler, M. A., Van der Laan, G., & Boelen, P. A. (2026). Negative Cognitions After the Death of a Close Person: Time-Varying and Time-Invariant Components and Their Associations with Prolonged Grief. Behavior Therapy, 57, 118-132. https://doi.org/10.1016/j.beth.2025.07.003
- Bryant, R. A., et al. (2024). Cognitive Behavior Therapy vs Mindfulness in Treatment of Prolonged Grief Disorder: A Randomized Clinical Trial. JAMA Psychiatry, 81(7), 646-654. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2024.0432
- Eisma, M. C., de Lang, T. A., & Boelen, P. A. (2020). How thinking hurts: Rumination, worry, and avoidance processes in adjustment to bereavement. Clinical Psychology & Psychotherapy, 27(4), 548-558. https://doi.org/10.1002/cpp.2440
- Eisma, M. C., Buyukcan-Tetik, A., & Boelen, P. A. (2022). Reciprocal Relations of Worry, Rumination, and Psychopathology Symptoms After Loss: A Prospective Cohort Study. Behavior Therapy, 53(5), 793-806. https://doi.org/10.1016/j.beth.2022.01.001
- Smith, K. V., & Ehlers, A. (2020). Cognitive predictors of grief trajectories in the first months of loss: A latent growth mixture model. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 88(2), 93-105. https://doi.org/10.1037/ccp0000438
- Albuquerque, S., et al. (2025). Guilt and Unfinished Business in Bereavement: Rumination as a Pathway to Prolonged Grief and Trauma. Journal of Clinical Medicine, 14(23), 8582. https://doi.org/10.3390/jcm14238582
- Rosner, R., et al. (2025). Grief-Specific Cognitive Behavioral Therapy vs Present-Centered Therapy: A Randomized Clinical Trial. JAMA Psychiatry, 82(2), 109-117. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2024.3409
Over RouwExpertise.nl
RouwExpertise.nl vertaalt wetenschappelijk onderzoek naar toegankelijke informatie voor professionals en nabestaanden. Wij geloven in een rouwvriendelijke samenleving waarin kennis over rouw breed gedeeld wordt.