Thema's in dit artikel: Angst, Kinderen, Rouw, School, Verdriet, Verlies, opvoeding, rouwgeletterdheid
Een gesprek met Richard Hattink over rouw en kinderen
Door Wouter van der Toorn
Kinderen en rouw. Ik durf mijn vingers er eerlijk gezegd niet aan te branden. Het voelt zo delicaat, zo kwetsbaar. Het raakt een kind heel diep en ik ben altijd bang dat ik het verkeerde zeg of doe. Dus wanneer Richard Hattink, rouw- en uitvaartspecialist met 25 jaar ervaring, vertelt dat je kinderen al voor hun zesde jaar over de dood moet leren, vraag ik me direct af: is dat niet te vroeg?
Richard, je stelt dat het goed is als kinderen al vanaf jonge leeftijd over de dood leren. Maar waarom zou je een kind van zes al met zoiets zwaars belasten?
“Kijk, ik begrijp die reflex heel goed. Je wilt je kind beschermen, het verdriet buiten de deur houden. Maar de vraag is: bescherm je ze ook echt? Mijn nichtje is vijf en rouwt om de dinosaurussen. ‘Jammer dat ze allemaal dood zijn hè’, zegt ze. Dat verlies maakt al deel uit van haar wereld. En ze is niet de enige. Uit onderzoek van De Kraanvogel (bron) blijkt dat één op de vijf kinderen te maken krijgt met rouw en verliessituaties.”
Oké, maar dat gaat toch vooral over een huisdier dat sterft? Niet over grote thema’s als dood en rouw?
“Dat dacht ik eerst ook. Maar verlies kent veel gezichten. Scheiding van ouders, een zieke oma die niet meer kan bezoeken, een vriend die verhuist, of ouders die hun baan kwijtraken. Dat zijn allemaal vormen van rouw die verder gaan dan alleen overlijden. Die zie je terug op het schoolplein, in het spel van kinderen, in gesprekjes tussen juf en ouder. Kinderen leven er middenin, of we dat nu willen of niet.”
Je zegt dat je meer van kinderen leert dan dat je hen leert. Hoe bedoel je dat precies?
“Kinderen hebben vaak een veel natuurlijker omgang met de dood dan wij. Ze stellen rechtstreekse vragen, zonder schroom. ‘Waar is opa nu?’ ‘Doet doodgaan pijn?’ ‘Mag ik naar de begrafenis?’ Wij volwassenen zijn degenen die ongemakkelijk worden, die gaan omfloersen en verzachten. Maar kinderen leren mij juist dat je de dood kunt zien als iets dat er gewoon bij hoort. Hij loopt een poosje met je op, openbaart zich af en toe, maar is altijd aanwezig.”
Dat klinkt filosofisch, maar in de praktijk? Als een kind met verdriet op school komt, hoe pak je dat dan aan zonder het erger te maken?
“Door het niet te ontkennen. Door niet te zeggen: ‘Kom, laten we iets leuks doen, dan denk je er niet meer aan.’ Verdriet mag er zijn. Het hoort erbij. En juist door kinderen al vroeg te leren dat verlies onderdeel is van het leven, dat het oké is om te huilen, om boos te zijn, om te missen, geef je ze een rugzak mee voor later. Je leert ze dat rouw niet iets is om bang voor te zijn.”
Maar hoe voorkom je dat je kinderen angstig maakt? Dat ze gaan piekeren over de dood?
“Door eerlijk te zijn, op hun niveau. Zonder verzinsels over wolkjes en engeltjes, tenzij dat past bij jullie geloof. Kinderen zijn toe aan deze gesprekken vanaf het moment dat ze het schoolplein opstappen. Niet omdat we ze willen belasten, maar omdat ze er al mee te maken hebben. Het gaat er niet om kinderen te belasten met onze angsten, maar om ze taal en ruimte te geven voor hun eigen vragen en gevoelens.”
Dat klinkt mooi, maar kunnen kinderen dat echt al aan?
“Ze stellen de vragen al. Dat is het antwoord. En als wij die vragen ontwijken, leren we ze dat het onderwerp taboe is. Dat ze er niet over mogen praten. En dat maakt het alleen maar zwaarder wanneer het verlies komt. Want dat doet het altijd, vroeg of laat.”
WT
ONLINE MASTERCLASS – Kinderen en Rouw
Als een dierbare overlijdt, sta je voor een dubbele opgave: je eigen verdriet een plek geven én je kinderen begeleiden door hun rouw. Hoe leg je uit dat oma niet meer terugkomt? Wat zeg je als je kind vraagt of jij ook dood gaat? En mag je huilen waar kinderen bij zijn?
