Thema's in dit artikel: Dood, Lichaam, Rouw, Rouwbegeleiding, Verdriet, Verlies, diergedrag, evolutie, familie, natuur, primaten, sterfelijkheid, thanatologie
Inzichten uit vergelijkende thanatologie
De dood van een dierbaar persoon roept bij mensen wereldwijd vergelijkbare reacties op. We trekken ons vaak voor een bepaalde periode terug, verliezen onze eetlust, slapen slecht en voelen ons verdoofd of juist rusteloos. Maar mensen zijn niet de enige wezens die reageren op de dood. De vraag is wat we kunnen leren van de manier waarop dieren omgaan met verlies.
Onderzoek naar het gedrag van dieren na verlies werpt licht op deze vragen en biedt verrassende inzichten die ons denken over rouw kunnen verrijken.
De wetenschap achter dierenrouw
Vergelijkende thanatologie, de studie van reacties op de dood bij verschillende diersoorten, is een relatief jong onderzoeksveld. Wetenschappers observeren systematisch hoe dieren reageren wanneer een lid van de groep of kudde sterft. Dit onderzoek is methodologisch uitdagend: ethische overwegingen maken experimenten problematisch, dus moeten onderzoekers vooral vertrouwen op observaties in het wild wanneer sterfgevallen zich natuurlijk voordoen.
Het onderzoek van Emily Johnson en collega’s (2025) bij rhesus makaken op Cayo Santiago laat deze aanpak zien. Ze volgden elf moeders die hun jong verloren en vergeleken hun gedrag minutieus met dat van een controlegroep. Elke observatie duurde twintig minuten, waarbij ze exact registreerden hoeveel tijd de apen besteedden aan rusten, eten, verzorgen en andere activiteiten. Deze kwantitatieve benadering verschilt van eerdere studies die vooral anekdotisch waren.
Susana Monsó en Antonio Osuna-Mascaró (2020) hanteren een andere benadering. Zij analyseren de cognitieve vereisten voor het begrijpen van de dood. Hun werk laat zien hoe wetenschappers jarenlang te complex dachten over wat het betekent om de dood te begrijpen. Een dier hoeft volgens hen niet filosofisch na te denken over sterfelijkheid. Het volstaat als het herkent dat een dood individu niet meer functioneert en dat deze toestand onomkeerbaar is.
Het olifantenkerkhof: mythe en werkelijkheid
Van alle dieren die reageren op de dood zijn olifanten misschien wel het meest iconisch. Het mythische ‘olifantenkerkhof’ uit verhalen en films zoals The Lion King heeft een kern van waarheid. Olifanten vertonen inderdaad bijzonder gedrag rond de dood dat wetenschappers al decennia fascineert.
Shifra Goldenberg en George Wittemyer (2020) documenteerden systematisch het gedrag van olifanten rond de dood. Ze observeerden hoe olifanten de botten van overleden soortgenoten betasten met hun slurf, vooral de schedel en slagtanden. Dit gedrag is niet beperkt tot familieleden – olifanten onderzoeken ook de resten van onbekende soortgenoten, soms jaren na hun dood.
Wat olifanten bijzonder maakt, is dat ze lijken te onderscheiden tussen olifantenbotten en die van andere dieren. Ze ruiken eraan, tillen ze op, en dragen ze soms mee. Er zijn gedocumenteerde gevallen waarbij olifanten terugkeren naar plaatsen waar familieleden zijn gestorven, zelfs jaren later. National Geographic heeft meerdere keren gefilmd hoe olifantenfamilies zich verzamelen rond een stervende of pas overleden groepslid, waarbij ze het lichaam aanraken en er soms uren bij blijven staan.
Olifanten vertonen ook wat onderzoekers ‘begraafgedrag’ noemen: ze bedekken dode soortgenoten soms met takken, bladeren en aarde. Dit gedrag is vooral opvallend omdat het niet direct functioneel lijkt voor overleving of hygiëne, zoals bij sommige andere diersoorten wel het geval is.
Protest in plaats van wanhoop
Een van de meest verrassende bevindingen komt uit het makakenonderzoek. Waar de onderzoekers verwachtten dat rouwende moeders meer zouden rusten (zoals mensen vaak doen bij rouw), bleek het tegendeel waar. Moeders die hun jong verloren, rustten juist minder in de eerste twee weken na het verlies.
Deze bevinding suggereert dat primaten mogelijk anders reageren op verlies dan mensen, of dat we te simplistisch denken over rouwfasen. Johnson en haar team stellen dat dit gedrag past bij wat in de psychologie de ‘protestfase’ wordt genoemd: een periode van verhoogde activiteit en onrust die optreedt direct na een verlies. Bij menselijke baby’s die van hun moeder gescheiden worden, zien we eerst ook protest (huilen, zoeken) voordat ze mogelijk in een fase van wanhoop en terugtrekking komen.
Maar bij de makakenmoeders lijkt die tweede fase, de wanhoop, niet op te treden. Ze keren relatief snel terug naar hun normale gedragspatronen. Dit roept vragen op over de evolutie van langdurige rouw. Is uitgebreide rouw typisch menselijk? Of missen we subtielere tekenen van verdriet bij dieren omdat we te veel focussen op menselijke uitingen?
De dood begrijpen zonder te rouwen
Het werk van Monsó en Osuna-Mascaró biedt een belangrijk inzicht: het begrijpen van de dood en het rouwen om de dood zijn twee verschillende zaken. Een dier kan heel goed snappen dat een ander dier dood is zonder daar emotioneel op te reageren zoals wij dat verwachten.
Neem roofdieren. Een leeuw die een gazelle doodt, begrijpt waarschijnlijk het verschil tussen een levende prooi die kan ontsnappen en een dode prooi die veilig gegeten kan worden. Dit begrip van de dood heeft niets met rouw te maken, maar alles met overleven. Veel prooidieren veinzen de dood (thanatosis) als verdedigingsmechanisme. Dit werkt alleen als roofdieren de dood herkennen en er op een voorspelbare manier op reageren.
Deze scheiding tussen begrip en emotie is belangrijk voor ons denken over rouw. Het suggereert dat rouw niet automatisch volgt uit het begrijpen van de dood, maar een aparte emotionele reactie is die waarschijnlijk evolutionair gekoppeld is aan de sterkte van sociale banden.

Individuele verschillen en contextfactoren
Wat alle onderzoeken benadrukken, is de enorme variatie in reacties op de dood. Niet alle makakenmoeders reageren hetzelfde op het verlies van hun jong. Sommige dragen het dode lichaam dagenlang mee, andere laten het direct achter. Deze variatie zien we bij alle bestudeerde soorten.
De context speelt ook een rol. Moeders die zeer jonge baby’s verliezen (in het makakenonderzoek was de oudste slechts 17 dagen) reageren mogelijk anders dan moeders die oudere jongen verliezen. Dit kan te maken hebben met de sterkte van de band: hoe langer de verzorging duurt, hoe sterker mogelijk de gehechtheid.
Ook de sociale omgeving beïnvloedt de reactie. Bij kapucijnapen toonden vooral volwassen vrouwtjes en jongen interesse in het dode jong, terwijl mannetjes afstand hielden. Dit suggereert dat sociale rollen en relaties bepalen wie betrokken raakt bij een sterfgeval.
Voorzichtige lessen voor de praktijk
Hoewel we voorzichtig moeten zijn met het direct vertalen van diergedrag naar menselijke rouwbegeleiding, bieden deze studies wel stof tot nadenken. De variatie in rouwreacties bij dieren onderstreept dat er geen universele ‘juiste’ manier is om met verlies om te gaan. De afwezigheid van zichtbaar verdriet betekent niet automatisch dat er geen impact is.
Het onderscheid tussen protest en wanhoop dat bij primaten wordt gezien, kan ons helpen nadenken over verschillende uitingen van rouw. Rusteloosheid en activiteit kunnen natuurlijke eerste reacties zijn op verlies, niet iets wat per se ‘gecorrigeerd’ moet worden.
De relatief snelle terugkeer naar normaal gedrag bij veel dieren betekent niet dat het verlies vergeten is. Het suggereert eerder dat aanpassing aan verlies op vele manieren kan verlopen. Bij mensen spelen culturele verwachtingen en sociale normen een grote rol in hoe lang en hoe intens rouw wordt geuit – factoren die bij dieren ontbreken.
De evolutionaire wortels van reacties op verlies
De studies wijzen op diepe evolutionaire wortels van reacties op de dood. Het vermogen om de dood te herkennen is waarschijnlijk wijdverspreid in het dierenrijk, vooral bij soorten die in groepen leven of die jagen. Dit vermogen vereist geen complex abstract denken, maar kan ontstaan uit eenvoudige observaties: dit individu beweegt niet meer en zal dat ook niet meer doen.
Emotionele reacties op de dood lijken gekoppeld aan de sterkte van sociale banden. Soorten met sterke sociale structuren en langdurige verzorging van jongen vertonen vaker gedrag dat we als rouwachtig kunnen interpreteren. Dit suggereert dat de capaciteit voor rouw mogelijk evolueerde als een bijproduct van sterke sociale gehechtheid: de pijn van verlies is de prijs die we betalen voor diepe verbondenheid.
Een breder perspectief op verlies
Het onderzoek naar hoe dieren omgaan met de dood is meer dan academische nieuwsgierigheid. Het biedt ons een spiegel waarin we aspecten van onze eigen reacties op verlies kunnen herkennen, en tegelijk een venster op de diversiteit van manieren waarop levende wezens reageren op de dood.
Voor mensen die zelf met verlies worstelen, kan dit evolutionaire perspectief context bieden. Onze reacties op verlies, hoe verschillend ook, zijn deel van een oud biologisch erfgoed. Of we nu rusteloos worden zoals de makakenmoeders, urenlang bij onze doden waken zoals olifanten, of ons terugtrekken in stilte – we geven uitdrukking aan diepe evolutionaire patronen van gehechtheid en verlies.
Wat deze studies vooral laten zien, is dat de dood en onze reacties daarop fundamenteel verweven zijn met het leven zelf. Van de olifant die de schedel van een soortgenoot betast tot de makakenmoeder die haar dode jong draagt, van het roofdier dat de dood van zijn prooi herkent tot de kapucijnaap die nieuwsgierig een overleden groepslid inspecteert – overal in de natuur zien we wezens die op hun eigen manier omgaan met het definitieve afscheid van de dood.
Deze diversiteit aan reacties laten zien dat er niet maar een ‘juiste’ manier is om met verlies om te gaan. Wat we van dieren kunnen leren is niet zozeer hoe we moeten rouwen, maar dat rouw en reacties op verlies net zo divers zijn als het leven zelf. En misschien is dat wel het belangrijkste inzicht: dat in al onze verschillen, we deel uitmaken van een groter verhaal van leven, dood, en de banden die ons verbinden.
Bronnen
- Anderson, J. R., Gillies, A., & Lock, L. C. (2010). Pan thanatology. Current Biology, 20(8), R349-R351. DOI: 10.1016/j.cub.2010.02.010
- Goldenberg, S. Z., & Wittemyer, G. (2020). Elephant behavior toward the dead: a review and insights from field observations. Primates, 61(1), 119-128. DOI: 10.1007/s10329-019-00766-5
- Gonçalves, A., & Carvalho, S. (2019). Death among primates: a critical review of non-human primate interactions towards their dead and dying. Biological Reviews, 94(4), 1502-1529. DOI: 10.1111/brv.12512
- Johnson, E. A., Talyigás, F., & Carter, A. (2025). Macaque mothers’ responses to the deaths of their infants. Biology Letters, 21, 20240484. DOI: 10.1098/rsbl.2024.0484
- King, B. J. (2013). How Animals Grieve. Chicago: University of Chicago Press.
- Monsó, S., & Osuna-Mascaró, A. J. (2020). Death is common, so is understanding it: the concept of death in other species. Synthese, 199, 2251-2275. DOI: 10.1007/s11229-020-02882-y